ECLI:NL:RBNHO:2026:8887

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 juli 2026
Publicatiedatum
16 juli 2026
Zaaknummer
12098224 \ CV EXPL 26-921
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:198 BWArt. 6:179 BWArt. 6:162 BWArt. 6:212 BWArt. 3:290 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering vergoeding kosten opvang muntjaks wegens ontbreken juridische grondslag

Stichting Beestenbende vorderde betaling van kosten voor het vangen, vervoeren en opvangen van twee muntjaks die in juni 2025 waren gevangen en tot eind december 2025 door haar waren opgevangen. De vordering bedroeg €9.706,00, vermeerderd met rente en proceskosten. De gedaagde betwistte de vordering en stelde dat hij slechts bereid was een lagere donatie te doen.

De rechtbank oordeelde dat, ook indien verondersteld wordt dat gedaagde eigenaar of bezitter van de muntjaks is, geen deugdelijke juridische grondslag voor de vordering bestaat. Beestenbende handelde in opdracht van gemeenten en niet uit eigen beweging, waardoor zaakwaarneming niet van toepassing is. De aansprakelijkheid voor dieren ziet alleen op schade door eigen gedragingen van het dier, wat hier niet het geval is.

Ook het beroep op onrechtmatige daad faalde omdat onvoldoende causaal verband bestond tussen het vermeende onrechtmatig handelen en de gemaakte kosten. Evenmin was sprake van ongerechtvaardigde verrijking, aangezien niet vaststaat dat gedaagde kosten heeft bespaard. Het retentierecht kon geen zelfstandige betalingsverplichting creëren. De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde Beestenbende in de proceskosten.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van Stichting Beestenbende af wegens het ontbreken van een deugdelijke juridische grondslag.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12098224 \ CV EXPL 26-921
Vonnis van 22 juli 2026(bij vervroeging)
in de zaak van
STICHTING BEESTENBENDE,
te Dordrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Beestenbende,
gemachtigde: mr. M.R. Dill,
tegen
[gedaagde],
te [plaats 1],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. H.E. van Zijll.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- dagvaarding van 30 januari 2026, met 12 producties;
- conclusie van antwoord van 17 april 2026, met 4 producties;
- vonnis van 22 april 2026, waarin een mondelinge behandeling is bepaald
- het bericht van 2 juni 2026, met productie 13 van Beestenbende;
- het bericht van 18 juni 2026, met productie 5 van [gedaagde];
- het bericht van 27 juni 2026, met productie 6 van [gedaagde];
- het bericht van 30 juni 2026, met producties 13 tot en met 19 van Beestenbende.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Beestenbende heeft op 7 juni en 12 juni 2025 twee loslopende muntjaks [1] gevangen in samenwerking met Dierenambulance De Ronde Venen-Amstelland/ Stichtse Vecht, onder toezicht van politie-eenheden van Utrecht en Noord-Holland. De muntjaks zijn vervolgens vervoerd en tot eind december 2025 opgevangen door Beestenbende. De muntjaks zijn daarna overgedragen en opgevangen door een derde.
2.2.
Op 14 juni 2025 heeft [gedaagde] via WhatsApp contact opgenomen met de voorzitter van Beestenbende, dhr. [betrokkene] (hierna: [betrokkene]). [gedaagde] geeft aan de twee muntjaks graag te willen ophalen en een zeer goed huis aan hen te kunnen bieden. Op 29 september 2025 bericht [gedaagde] aan [betrokkene] vervolgens dat hij zelf meerdere muntjaks houdt en dat er twee ontsnapt zijn uit het tijdelijke opvangadres in [plaats 2]. [gedaagde] geeft aan dat hij de muntjaks graag terug wil en bereid is de kosten voor de opvang te vergoeden.
2.3.
[betrokkene] geeft diezelfde dag aan dat Beestenbende open staat voor de terugkeer van de muntjaks naar [gedaagde], maar dat zij afhankelijk is van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en de geldende wet- en regelgeving. [betrokkene] verzoekt [gedaagde] om de factuur voor het vangen, vervoeren en opvangen van de muntjaks te voldoen voor een bedrag van € 8.460,00. [gedaagde] geeft daarop aan dat hij de factuur niet zal betalen. [gedaagde] stelt dat hij bij wijze van grote uitzondering bereid is om € 2.500,00 te doneren aan Beestenbende, maar enkel als hij de muntjaks dan kan komen ophalen.
2.4.
Beestenbende stuurt [gedaagde] op 9 oktober 2025 een betalingsherinnering voor de openstaande factuur.
2.5.
Op verzoek van de gemachtigde van [gedaagde] heeft de gemachtigde van Beestenbende op 30 december 2025 een nadere toelichting en specificatie van de eerdere factuur gestuurd. Daarbij heeft zij een tweede factuur aan [gedaagde] gestuurd voor de opvang van de muntjaks tot 27 december 2025 voor een bedrag van € 1.246,00.
2.6.
[gedaagde] is niet tot betaling overgegaan.

3.Het geschil

3.1.
Beestenbende vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 9.706,00, vermeerderd met rente en (proces)kosten. Dit bedrag betreft de onder 2.3 en 2.5 genoemde facturen.
3.2.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Beestenbende, met veroordeling van Beestenbende in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Beestenbende legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde], als eigenaar/bezitter van de twee muntjaks, de kosten voor het vangen, vervoeren en opvangen van de dieren aan haar moet vergoeden.
4.2.
Partijen verschillen van mening of [gedaagde] kan worden beschouwd als de eigenaar of bezitter van de gevangen muntjaks. Daarbij voeren zij het debat over onder meer de vragen of (aannemelijk is dat) de gevangen muntjaks afkomstig zijn uit het opvangverblijf in [plaats 2], waar [gedaagde] de door hem gehouden muntjaks tijdelijk had ondergebracht, en of [gedaagde] tegenover Beestenbende heeft erkend dat hij eigenaar is van de muntjaks. Gelet op hetgeen hierna wordt overwogen, laat de kantonrechter het antwoord op deze vragen in het midden.
4.3.
De kantonrechter wijst de vorderingen van Beestenbende af, omdat – ook als veronderstellenderwijs moet worden aangenomen dat [gedaagde] eigenaar/bezitter van de muntjaks is (gebleven) – daarvoor geen deugdelijke juridische grondslag is aangevoerd.
4.4.
Beestenbende heeft de juridische grondslag van haar vordering ter zitting aangevuld en toegelicht. De door Beestenbende aangevoerde grondslagen worden hierna afzonderlijk besproken.
4.5.
Beestenbende stelt primair dat haar vordering toewijsbaar is op grond van zaakwaarneming [2] . Volgens Beestenbende heeft zij na de ontsnapping van de muntjaks de zorg voor de dieren overgenomen en daarmee de belangen van [gedaagde] behartigd. [gedaagde] betwist dat en voert aan dat Beestenbende niet in zijn belang heeft gehandeld, maar in opdracht van de gemeenten Uithoorn en De Ronde Venen. De kantonrechter volgt het verweer van [gedaagde]. Voor zaakwaarneming is vereist dat iemand uit eigen beweging, zonder daartoe verplicht te zijn, de belangen van een ander behartigt. Daarvan is hier geen sprake. Beestenbende heeft de muntjaks gevangen en opgevangen in opdracht van de betrokken gemeenten. Haar werkzaamheden waren daarmee in de eerste plaats gericht op de openbare veiligheid, het dierenwelzijn en de belangen van de gemeenten. De vordering is daarom op deze grondslag niet toewijsbaar.
4.6.
Subsidiair beroept Beestenbende zich op de wettelijke regeling over de aansprakelijkheid voor dieren [3] . Volgens Beestenbende is [gedaagde] als bezitter van de muntjaks aansprakelijk voor de kosten die zij heeft gemaakt. [gedaagde] voert echter terecht aan dat deze regeling alleen ziet op aansprakelijkheid voor schade die door de eigen gedraging van een dier wordt veroorzaakt. De door Beestenbende gemaakte kosten zijn niet veroorzaakt door de eigen gedragingen van de dieren, maar zijn de kosten van werkzaamheden die Beestenbende in opdracht van de betrokken gemeenten heeft verricht. Deze kosten zijn dan ook niet aan te merken als schade waarvoor de bezitter van de betreffende dieren aansprakelijk is.
4.7.
Meer subsidiair stelt Beestenbende dat [gedaagde] onrechtmatig heeft gehandeld en de daardoor veroorzaakte schade aan haar moet vergoeden [4] . Het niet goed afsluiten van het verblijf door de eigenaar van de tijdelijke opvang, waardoor de dieren die in Nederland niet vrij mogen rondlopen konden ontsnappen, is onrechtmatig en kan aan [gedaagde] worden toegerekend. Als het hek voldoende was afgesloten, had zij de kosten voor het vangen en opvangen van de dieren niet hoeven maken. De kantonrechter volgt Beestenbende hierin niet. Ook als ervan wordt uitgegaan dat het opvangverblijf onvoldoende was afgesloten en dat dit aan [gedaagde] kan worden toegerekend, betekent dat nog niet dat [gedaagde] daarmee jegens Beestenbende onrechtmatig heeft gehandeld en de door Beestenbende gemaakte kosten als schade aan haar moet vergoeden. Daarbij komt dat ook hier geldt dat die kosten zijn gemaakt omdat Beestenbende door de betrokken gemeenten was ingeschakeld om de ontsnapte dieren te vangen en op te vangen. De kosten staan daarmee in onvoldoende causaal verband met de gestelde onrechtmatige daad. De vordering is daarom ook op deze grondslag niet toewijsbaar.
4.8.
Beestenbende beroept zich verder op ongerechtvaardigde verrijking [5] . Volgens Beestenbende is [gedaagde] verrijkt doordat hij tijdens de opvang geen kosten meer heeft hoeven maken voor de verzorging van de muntjaks, zoals voer- en dierenartskosten. [gedaagde] betwist dat er sprake is van verrijking. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin. Bij de beoordeling of sprake is van een verrijking moet de vermogenssituatie van [gedaagde] na het vangen van de muntjaks worden vergeleken met zijn vermogenssituatie waarin Beestenbende de muntjaks niet zou hebben gevangen en opgevangen. Als Beestenbende de muntjaks niet had gevangen, kan niet worden aangenomen dat [gedaagde] de zorg voor de dieren weer op zich had genomen. Evenmin staat vast dat hij in dat geval verzorgingskosten zou hebben gemaakt. [gedaagde] heeft de dieren ook later niet (opnieuw of alsnog) in zijn macht gekregen zodat ook van een vermogensvoordeel door kostenbesparing geen sprake kan zijn. Onder deze omstandigheden kan niet worden vastgesteld dat [gedaagde] is verrijkt. De vordering is alleen al daarom ook op deze grondslag niet toewijsbaar.
4.9.
Tot slot beroept Beestenbende zich op het retentierecht [6] . Volgens Beestenbende heeft [gedaagde] aanvankelijk om teruggave van de muntjaks gevraagd, maar daarvan afgezien toen zij betaling van haar kosten verlangde. [gedaagde] betwist dat het retentierecht in deze zaak van toepassing is. Ook deze grondslag slaagt niet. Het retentierecht geeft onder omstandigheden aan een schuldeiser de bevoegdheid om een zaak onder zich te houden totdat een opeisbare vordering is voldaan. Het roept echter niet zelfstandig een verplichting tot betaling in het leven. De vordering is daarom ook op deze grondslag niet toewijsbaar.
4.10.
De kantonrechter kan zich voorstellen dat dit een voor Beestenbende teleurstellende uitkomst is. Zij heeft immers de muntjaks gevangen, vervoerd en opgevangen en daarvoor de nodige kosten gemaakt. Beestenbende is een stichting die voor haar inkomsten en voortbestaan mede afhankelijk is van een vergoeding van dit soort werkzaamheden, waardoor vergoeding daarvan voor haar van bijzonder groot belang is. Zoals ter zitting besproken ligt de primaire betalingsverplichting voor de gemaakte kosten echter bij de betrokken gemeenten, die (indirect) opdrachtgever zijn in deze. Beestenbende heeft toegelicht dat deze gemeenten de facturen in dit geval niet wilden betalen omdat privaatrechtelijk verhaal op de eigenaar/bezitter mogelijk zou zijn. Mogelijk kan de afwijzing van de daarop gegronde vorderingen in dit vonnis daarin nog verandering brengen.
4.11.
Beestenbende is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
864,00
(2 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.008,00
4.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Beestenbende af,
5.2.
veroordeelt Beestenbende in de proceskosten van € 1.008,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Beestenbende niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Beestenbende tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Jochem en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Muntjaks zijn kleine, exotische, hertachtigen, die op grond van geldende wetgeving niet los mogen lopen in Nederland en alleen onder strikte voorwaarden in gevangenschap mogen worden gehouden.
2.6:198 BW.
3.6:179 BW.
4.6:162 BW.
5.6:212 BW.
6.3:290 BW.