Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
voorheen vertegenwoordigd door ROI Services B.V. (dhr E. Donkersloot), thans procederend in persoon,
1.De procedure
- de akte overlegging aanvullende producties d.d. 7 mei 2026 van [verzoeker] ;
- de akte vermindering van verzoek van [verzoeker] ;
- de door Wolters op 20 juni 2026 ingediende producties 9 tot en met 15;
- de akte uitlating van [verzoeker] met daarin een reactie op het zelfstandig tegenverzoek.
2.De feiten
“Ik zie uw volledige en gemotiveerde reactie graag binnen de wettelijke termijn tegemoet.”
Eerder op 19 juli jl heb ik u een verzoek op grond van artikel 15 van Pro de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) toegezonden. Tot op heden heeft u daarop niet gereageerd.
“Wij hebben deze vraag nog nooit eerder ontvangen. U hebt in 2020 wat bij ons besteld.
3.Het verzoek en het verweer
- Wolters op straffe van een dwangsom beveelt om aan [verzoeker] inzage te verstrekken in alle persoonsgegevens die Wolters van [verzoeker] verwerkt,
- Wolters veroordeelt tot betaling van de proceskosten, waaronder de kosten van de dagvaarding en het griffierecht.
Nog afgezien daarvan maakt [verzoeker] zich schuldig aan misbruik van recht als bedoeld in artikel 3:13 van Pro het Burgerlijk Wetboek en is het verzoek van [verzoeker] buitensporig als bedoeld in artikel 12.5 AVG. Het verzoek van [verzoeker] is niet gericht op controle van de verwerking van persoonsgegevens maar op het verkrijgen van financieel voordeel. Onderhavig verzoek en procedure staat niet op zichzelf. [verzoeker] heeft bij vele anderen éénzelfde verzoek gedaan en zijn handelwijze is in alle gevallen gelijk. Deze handelwijze komt erop neer dat het versturen van informatieverzoeken direct wordt gevolgd door het indienen van schadeclaims en het opstarten van juridische procedures. Deze procedures worden ingezet als drukmiddel om te betalen. Het (dreigen met het) voeren van klachtprocedures tegen advocaten wordt ook als drukmiddel ingezet.
4.Het zelfstandig tegenverzoek
(ii) [verzoeker] veroordeelt tot het betalen van een schadevergoeding ex aequo et bono van € 2.500,00;
(iii) [verzoeker] veroordeelt in de (werkelijke) proceskosten;
(iv) bepaalt dat bepaalde stukken bij de beoordeling van het geschil buiten beschouwing blijven;
(v) bepaalt dat [verzoeker] een schriftelijke volmacht van ROI Services moet overleggen.
5.De beoordeling
de bedoeling van de betrokkene om een door de Unieregeling toegekend voordeel te verkrijgen door kunstmatig de voorwaarden te creëren waaronder het recht op dat voordeel ontstaat. Voor een dergelijke kwalificatie moeten voorts alle feiten en omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.´ Daarbij mag rekening worden gehouden met openbaar toegankelijke informatie waaruit blijkt dat de betrokkene stelselmatig verzoeken tot inzage van zijn persoonsgegevens en vorderingen tot schadevergoeding indient bij verschillende verwerkingsverantwoordelijkheden volgens een vergelijkbaar patroon.
De rechtbank begroot de proceskosten op:
vast recht € 735,00
Totaal € 2.230,00