17. De gronden van het verzoek samengenomen komen kort samengevat neer op het volgende. Verzoekers stellen primair dat geen sprake is van een overtreding omdat de keerwanden vergunningsvrij zouden zijn. Verzoekers stellen subsidiair dat het college niet mag handhaven. Zij menen dat de keerwanden gelegaliseerd kunnen worden omdat deze niet in strijd zouden zijn met het omgevingsplan/bestemmingsplan. Namens de VvE is verder aangevoerd dat handhaving in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en dat de legaliseringsaanvraag moet worden ingewilligd. Ook overigens achten verzoekers de handhaving onevenredig. Verzoekers 2 voeren voorts aan dat zij vergunningsvrij een uitbouw op de keerwand willen bouwen, waardoor de keerwand ook niet meer vergunningplichtig zou zijn.
Zijn de keerwanden vergunningsvrij?
17. Verzoekers betwisten dat zij de artikelen 2.1, eerste lid, onder a en onder c en artikel 2.3a, eerste lid van de Wabo hebben overtreden, omdat de keerwanden volgens hen dienen als een perceelafscheiding die vergunningsvrij kan worden gebouwd.
17. Anders dan verzoekers aanvoeren, kunnen de keerwanden naar voorlopig oordeel niet als vergunningsvrije perceel- of erfafscheidingen als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder twaalf, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) worden aangemerkt. Gelet op de situering en het doel, dienen de keerwanden niet als afscheiding van een erf of perceel. In dit geval hebben de keerwanden namelijk tot doel om het verloop van het talud te doorbreken, zodat naar de (tuin)deuren van de woningen een vlakke toegangsweg kan worden aangelegd en behouden. Daarbij komt dat het nog maar de vraag is of de “erfafscheidingen” dan ook nog hoger dan de maxima van een en twee meter voor vrijstellilng in die bepaling zijn, nu de keerwanden minstens drie meter hoog zijn..
Zijn de keerwanden wel of niet in strijd met het bestemmingsplan?
17. Verzoekers hebben voorts aangevoerd dat de keerwanden niet in strijd zijn met het bestemmingsplan, omdat de bestemming van het perceel door de omgevingsvergunning uit 2018 gewijzigd zou zijn naar de bestemming ‘Wonen’ en het bouwen van een bouwwerk als een keerwand onder die bestemming niet verboden zou zijn.
17. Dit standpunt volgt de voorzieningenrechter evenmin. In 2018 is de omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk/het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een planologische regeling (artikel 2.1, eerste lid, onder c van de Wabo). Die vergunning maakte het mogelijk dat het destijds aangevraagde bouwplan in strijd met het bestemmingsplan kon worden gebouwd, maar zo’n vergunning betekent niet dat de op het perceel rustende bestemming is gewijzigd. De bestemming is recreatie – volkstuin gebleven, zodat verdere bouwplannen, en dus ook de legalisatievergunning, aan de regels voor de bestemming recreatie – volkstuin moeten worden getoetst.
17. Namens verzoekers 1 is nog aangevoerd dat de keerwanden wel passen binnen de bouwregels van het bestemmingsplan. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn namelijk, aldus verzoekers 1, tot drie meter hoogte toegestaan op de bestemming recreatie-volkstuin.
17. Dit standpunt volgt de voorzieningenrechter ook niet. Daarvoor is het volgende van belang. Ingevolge artikel 9.1 van het bestemmingsplan zijn de voor recreatie - volkstuin aangewezen gronden bestemd voor volkstuinen, met daarbij behorend(e) wandel-, fiets en ruiterpaden, groen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ingevolge artikel 16.1 van het bestemmingsplan zijn de als dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden tevens bestemd voor de aanleg, de verbetering en het onderhoud van de waterkeringen, met daaraan ondergeschikt dijken en kaden, wegen en paden en parkeervoorzieningen met (de) daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde.