Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
[advocaat 2] zelf de ‘gaten’ moeten invullen, waardoor er fouten zijn gemaakt, die [gedaagde] steeds heeft moeten aanpassen.
4.De beoordeling
[advocaat 2] marktconform is, verstoort het kostenbeding naar het oordeel van de kantonrechter niet in strijd – met de goede trouw – het evenwicht ten nadele van [gedaagde] . De stelling van [gedaagde] dat het uurtarief van [advocaat 2] te hoog is, volgt de kantonrechter dus niet. Het beding is daardoor niet oneerlijk en [gedaagde] is in beginsel gehouden tot betaling van de openstaande factuur.
[advocaat 1] onvoldoende daadkrachtig heeft opgetreden omdat hij met een mondelinge toelichting van de wijkagent genoegen heeft genomen en deze toelichting niet heeft weerlegd, onderschrijft de kantonrechter evenmin. [advocaat 1] heeft correct gehandeld door niet - zonder overleg met zijn cliënte [gedaagde] - in discussie met de wijkagent te gaan. Dit is dan ook geen reden om het resterende bedrag niet te betalen. Hetgeen [gedaagde] overigens naar voren heeft gebracht, leidt niet tot een ander oordeel.
5.De beslissing
mr. S.C. Jacobs, juridisch adviseur/griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2026.