Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Vordering officier van justitie
- veroordeling voor het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 primair, 7 en 8 ten laste gelegde;
- oplegging van gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren;
- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van € 5.400,--, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 1] met betrekking tot het overige deel van de vordering;
- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] tot een bedrag van € 5.000,--, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [slachtoffer 2] met betrekking tot het overige deel van de vordering;
- niet-ontvankelijkverklaring van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3];
- hoofdelijke oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 1.350,-- ten aanzien van [slachtoffer 3];
Beoordeling van het bewijs
Betrouwbaarheid getuigenverklaringen aangaande het onder 6 ten laste gelegde
Overwegingen aangaande het onder 6 ten laste gelegde
Ten aanzien van het onder 7 ten laste gelegde
Ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;
- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie;
- de vordering van de officier van justitie;
- het pleidooi van de raadsman.