Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Emmen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 2.833.523 met toepassing van artikel 12a van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb) tot de belastbare winst van het jaar 2009 moet worden gerekend.
Door de aanpassing van het eerste lid van artikel 15e van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 worden enkele in de praktijk gebleken onduidelijkheden weggenomen. Om te beginnen is in de nieuwe wettekst rekening gehouden met het arrest van de Hoge Raad van 1 juli 1997 nr. 32 165, BNB 1997/288, door meer expliciet tot uitdrukking te brengen dat de sanctie ook van toepassing kan zijn als de herinvesteringsreserve pas zou worden gevormd aan het eind van het jaar waarin het bedrijfsmiddel is vervreemd en waarin vervolgens het uiteindelijk belang is gewijzigd. Een herinvesteringsreserve kan volgens de nieuwe tekst nog wel worden gevormd als de belastingplichtige aannemelijk maakt dat het besluit tot vervreemding is genomen na de wijziging van het belang. Er is aangeknoopt bij het tijdstip waarop het besluit tot vervreemding is genomen, om te voorkomen dat de bepaling zou kunnen worden ontgaan door bijvoorbeeld de feitelijke effectuering van een vervreemding waartoe reeds is besloten, uit te stellen tot na de wijziging van het aandelenbelang." (Zie MvT, Kamerstukken II 2003/04, 29 678, nr. 3, blz. 19-20.). Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat uitsluitend is aangeknoopt bij het tijdstip waarop het besluit tot vervreemding is genomen. De verwijzing in de geciteerde totstandkomingsgeschiedenis naar het moment van vervreemding ná de belangenwijziging dient naar het oordeel van de rechtbank slechts als een voorbeeld waarop de anti-misbruikbepaling zou kunnen zien. De onder punt 7.2 vermelde beroepsgrond van eiseres faalt dus.