Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
in het geding tussen
Fiscale eenheid [Y] BV, [Z] BV c.s., gevestigd te [vestigingsplaats],
de inspecteur van de Belastingdienst/Noord/kantoor Heerenveen,
gemachtigde [gemachtigde verweerder].
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep van een fiscale eenheid tegen twee naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2005 en 2006. De aanslagen betroffen bedragen die reeds in een eerdere naheffingsaanslag waren begrepen, maar deze eerste aanslag stond nog niet onherroepelijk vast. De fiscale eenheid voerde aan dat de tweede aanslagen onterecht waren opgelegd omdat zij zien op dezelfde feiten als de eerste naheffingsaanslag en dat naheffing over een teruggaaf op een suppletieaangifte niet mogelijk was.
De rechtbank overwoog dat de bevoegdheid tot naheffing niet beperkt wordt door het bestaan van een eerdere aanslag zolang deze niet onherroepelijk is. Tevens werd geoordeeld dat de wetswijziging per 1 januari 2010 het vereiste van een 'ingevolge de belastingwet gedaan verzoek' heeft vervangen door 'een gedaan verzoek', waardoor naheffing over de teruggaaf op de suppletieaangifte mogelijk is. Een beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de inspecteur een bewuste standpuntbepaling had gedaan.
De rechtbank concludeerde dat de tweede naheffingsaanslagen terecht en tot de juiste bedragen zijn opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werd de heffingsrente gehandhaafd en werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de tweede naheffingsaanslagen omzetbelasting over 2005 en 2006.