ECLI:NL:RBNNE:2013:7306
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vordering werknemer tot betaling niet-genoten vakantiedagen en verrekening min- en plusuren
De werknemer was van april 2008 tot april 2011 werkzaam als kok bij een sauna- en beautycentrum. Na beëindiging van het dienstverband vorderde hij betaling van niet-genoten vakantie-uren en uitbetaling van overuren. De werkgever hield een bedrag in wegens minuren en vakantie-uren en voerde aan dat er sprake was van bedrijfssluitingen en een tijd-voor-tijd regeling voor overwerk.
De kantonrechter stelde vast dat de jaarlijkse bedrijfssluitingen in de zomer en rond kerst niet ongebruikelijk zijn en dat de werknemer onvoldoende had onderbouwd dat vakantiedagen zonder overleg waren vastgesteld. De uren waarop het bedrijf gesloten was mochten daarom als vakantie-uren worden geboekt. De werknemer had recht op uitbetaling van 21,1 resterende vakantie-uren.
Ten aanzien van de min- en plusuren oordeelde de kantonrechter dat de werkgever de plusuren mocht verrekenen met de minuren, omdat dit was overeengekomen en de werknemer hiertegen tijdens het dienstverband geen bezwaar had gemaakt. Er was geen saldo aan plusuren voor uitbetaling.
De vordering tot terugbetaling van het ingehouden bedrag werd niet toegewezen omdat deze niet was gevorderd. De wettelijke verhoging en rente werden toegekend over het bedrag van niet-genoten vakantiedagen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De werknemer krijgt uitbetaling van niet-genoten vakantie-uren en wettelijke verhoging, overige vorderingen worden afgewezen.