ECLI:NL:RBNNE:2013:8111
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging arbeidsovereenkomst en loonvordering na vermeend onder druk genomen ontslag
In deze zaak staat centraal of de arbeidsovereenkomst tussen eiser en gedaagde rechtsgeldig is geëindigd op 7 december 2012. Eiser had een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 20 maart 2013, maar tekende een verklaring waarin hij per direct ontslag nam vanwege vermeende slechte uitvoering van zijn werk. Kort daarna meldde hij zich ziek en stelde dat hij onder druk was gezet om te tekenen.
De kantonrechter oordeelt dat er onvoldoende bewijs is dat eiser onder dwang of wilsgebrek tot ontslag is gekomen. De enkele stelling dat er druk was vanwege een dreiging met een schadeclaim is niet onderbouwd en wordt gemotiveerd betwist door gedaagde, mede ondersteund door getuigenverklaringen.
Zelfs als het ontslag vernietigbaar zou zijn, zou eiser recht op loonvordering moeten onderbouwen met een deskundigenverklaring over zijn ziekte, wat hij niet heeft gedaan. Daarom worden zowel de loonvordering als de nevenvorderingen afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering van eiser wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van dwang en het ontbreken van een deskundigenverklaring over ziekte.