ECLI:NL:RBNNE:2013:BY8200
Rechtbank Noord-Nederland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing kort geding tegen strafrechtelijke ontruiming kraakpand in Groningen
De zaak betreft een kort geding aangespannen door een kraker tegen de Staat der Nederlanden, waarin de kraker verzocht om een verbod op de strafrechtelijke ontruiming van een pand aan de Van Schendelstraat 18 te Groningen. Het pand was eigendom van woningbouwvereniging Lefier en stond sinds december 2011 leeg nadat de verhuur was beëindigd. Lefier was in onderhandeling om het pand te verkopen.
De kraker werd door het Openbaar Ministerie schriftelijk geïnformeerd over de voorgenomen ontruiming en kreeg de mogelijkheid om binnen zeven dagen een kort geding aan te spannen. De voorzieningenrechter toetste of de strafrechtelijke ontruiming in overeenstemming was met de wetgeving, waaronder artikel 138a Sr en artikel 551a Sv, en of de belangenafweging en proportionaliteitstoets door de ontruiming konden worden doorstaan.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het verblijf van de kraker wederrechtelijk was en dat de eigenaar een recht heeft om over zijn pand te beschikken. De kraker had onvoldoende feiten en omstandigheden aangevoerd die een afwijkende belangenafweging rechtvaardigden, zoals langdurige leegstand zonder uitzicht op verandering. De rechtbank concludeerde dat de belangen van de openbare orde en het beëindigen van strafbare feiten zwaarder wegen dan het huisrecht van de kraker.
De vordering van de kraker werd afgewezen en zij werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van strafrechtelijke ontruimingen van kraakpanden onder de geldende wet- en regelgeving en jurisprudentie.
Uitkomst: De vordering van de kraker om ontruiming te verbieden is afgewezen en zij is veroordeeld in de proceskosten.