ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ6915
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bank voor schending precontractuele zorgplicht bij effectenleaseconstructie
De zaak betreft een geschil tussen Achmea, rechtsopvolger van Levob, en een consument die effectenleaseovereenkomsten sloot als onderdeel van een financiële constructie. De consument stelt dat hij onvoldoende is gewaarschuwd voor het risico van een restschuld en dat Achmea haar onderzoeksplicht omtrent zijn financiële draagkracht heeft verzaakt.
De rechtbank overweegt dat Achmea, ook via haar tussenpersoon, verantwoordelijk is voor de naleving van de bijzondere precontractuele zorgplicht. Achmea heeft nagelaten de consument uitdrukkelijk te waarschuwen voor het risico van een restschuld en heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar zijn financiële situatie. Hierdoor is sprake van een onrechtmatige daad.
De rechtbank past de jurisprudentie toe die stelt dat indien de zorgplicht niet is nagekomen en er sprake is van een onaanvaardbare zware last, de vergoedingsplicht van de aanbieder wordt beperkt tot 60% van de schade. De restschuld en betaalde rente worden deels voor rekening van de consument gelaten. De vordering van Achmea tot betaling van de restschuld wordt deels toegewezen, evenals de vordering van de consument tot vergoeding van betaalde rentetermijnen.
De proceskosten worden gecompenseerd en de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Achmea is aansprakelijk voor 60% van de schade door schending van de zorgplicht; consument betaalt 40% van de restschuld en rente.