ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7119
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst lid ondernemingsraad wegens bedrijfseconomische redenen zonder vergoeding
De zaak betreft het verzoek van een werkgever om de arbeidsovereenkomst met een werknemer, tevens lid van de ondernemingsraad, te ontbinden wegens bedrijfseconomische redenen. De werkgever had een ontslagvergunning van het UWV verkregen voor meerdere werknemers, waaronder de werknemer, maar vanwege het ondernemingsraadslidmaatschap was een rechterlijke toestemming vereist.
De werknemer betwistte de bedrijfseconomische noodzaak en zijn functieomschrijving, wat volgens hem leidde tot een onjuiste toepassing van het afspiegelingsbeginsel. De kantonrechter stelde vast dat de werknemer als timmerman in dienst was en dat het UWV zijn functieclassificatie niet had kunnen overtuigen. Ook werd bevestigd dat het ontslagverzoek geen verband hield met het ondernemingsraadslidmaatschap.
De kantonrechter hechtte doorslaggevende waarde aan de beslissing van het UWV en vond dat de bedrijfseconomische omstandigheden voldoende waren onderbouwd. De ontbinding werd als redelijk en onvermijdelijk beoordeeld. Gezien de financiële positie van de werkgever en de situatie van andere werknemers werd geen ontslagvergoeding toegekend. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden per 1 juli 2013, met inachtneming van de opzegtermijn.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst met de werknemer wordt ontbonden per 1 juli 2013 zonder toekenning van een ontslagvergoeding.