ECLI:NL:RBNNE:2013:CA0203
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag groepsleerkracht wegens vermeend plichtsverzuim en verstoorde arbeidsrelatie
Eiser, een groepsleerkracht, werd primair ontslagen wegens plichtsverzuim, subsidiair wegens ongeschiktheid en meer subsidiair wegens een verstoorde arbeidsrelatie. Het ontslag volgde mede op een aangifte van seksueel misbruik die strafrechtelijk werd onderzocht, maar waar eiser uiteindelijk vrijgesproken werd.
De rechtbank oordeelde dat het plichtsverzuim niet bewezen was, mede omdat de vermeende relatie met een leerlinge uit een eerder dienstverband stamde en de onjuiste verklaringen over tatoeages plausibel verklaard konden worden door stress. Ook was er onvoldoende bewijs voor ongeschiktheid, omdat verweerder geen verbetertraject had aangeboden.
Wel erkende de rechtbank dat de arbeidsrelatie verstoord was, wat een reden van gewichtige aard vormt voor ontslag. De rechtbank vond echter dat verweerder een overwegend aandeel had in deze verstoorde relatie en kende daarom een hogere ontslagvergoeding toe dan het wachtgeld bij eervol ontslag, namelijk de bezoldiging over 24 december 2011 tot en met 31 mei 2013.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het primair en subsidiair gebaseerd was en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het ontslagbesluit is vernietigd voor plichtsverzuim en ongeschiktheid, en eiser krijgt een ontslagvergoeding over 24 december 2011 tot 31 mei 2013.