ECLI:NL:CRVB:2012:BW9158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Vernietiging ontslagbesluit wegens onevenredig plichtsverzuim van RDW-medewerker
Appellant, werkzaam als steekproefcontroleur bij de RDW, werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim in verband met het ter keuring aanbieden van een auto met ernstige technische gebreken. De directie stelde dat appellant wist of had moeten weten dat de auto niet goedgekeurd had mogen worden en dat hij belangenverstrengeling veroorzaakte door de auto bij een garage aan te bieden waar hij toezicht hield.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het bestreden besluit het plichtsverzuim onterecht uitbreidde met gedragingen na het voornemen tot strafoplegging, wat in strijd is met de Awb. De Raad vond onvoldoende bewijs dat appellant wist van de gebreken en oordeelde dat het enige plichtsverzuim bestond uit het onvoldoende afstand bewaren tijdens de keuring.
De Raad achtte het ontslag als straf niet proportioneel gezien de ernst van het plichtsverzuim, het ontbreken van eerdere disciplinaire straffen en het ontbreken van duidelijke regels omtrent belangenconflicten. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de directie opgedragen een nieuw besluit te nemen met vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot onvoorwaardelijk ontslag van appellant wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en onevenredigheid.