ECLI:NL:RBNNE:2013:CA0212
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting voor co-ouder bij onvoldoende verblijf kinderen
Eiser, gescheiden vader van een tweeling, vorderde inkomensafhankelijke combinatiekorting voor het jaar 2009. De kinderen stonden ingeschreven op het adres van hun moeder en verbleven volgens een omgangsregeling zes dagen bij de moeder en vier dagen bij eiser, met vakanties verdeeld. De belastingdienst weigerde de korting toe te kennen omdat niet voldaan was aan de eis dat de kinderen doorgaans ten minste drie gehele dagen per week bij eiser verbleven.
De rechtbank toetste de situatie aan artikel 44b van de Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 en het arrest van de Hoge Raad van 2 november 2001. Hoewel de kinderen gemiddeld meer dan 42,86% van de tijd bij eiser verbleven, concludeerde de rechtbank dat dit niet betekent dat zij doorgaans drie volledige dagen per week bij hem verbleven. Het gaat om een wekelijkse gebruikelijke verblijfsduur, niet een gemiddelde over het jaar.
Daarmee was het recht op de inkomensafhankelijke combinatiekorting niet gegeven. Ook werd het beroep op heffingsrente verworpen omdat eiser geen zelfstandige gronden had aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Eiser heeft geen recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting omdat de kinderen niet doorgaans ten minste drie gehele dagen per week bij hem verbleven.