ECLI:NL:RBNNE:2013:CA2821
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling van nagekomen bate uit kapitaalverzekering tijdens schuldsaneringsregeling
In deze zaak staat de afwikkeling van een kapitaalverzekering centraal die tijdens een lopende schuldsaneringsregeling uitkeerde. De verzekeringsopbrengst was verpand aan de hypotheekverstrekker Obvion, die haar pandrecht door een vergissing niet uitoefende. De bewindvoerder, belast met de schuldsanering, was bekend met de verzekering maar mocht ervan uitgaan dat Obvion haar pandrecht zou uitoefenen.
De rechtbank beoordeelde of deze opbrengst als een nagekomen bate in de zin van artikel 356 lid 4 jo Pro 194 Faillissementswet moest worden aangemerkt. De opbrengst werd gezien als een goed verkregen tijdens de schuldsaneringsregeling, ondanks het pandrecht. De bewindvoerder wist van de kapitaalverzekering en de verkoop van de woning, maar mocht aannemen dat Obvion haar rechten zou uitoefenen.
De rechtbank concludeerde dat de opbrengst niet als ten tijde van de vereffening bekende bate kon worden beschouwd, waardoor deze als nagekomen bate aan de boedel toekomt. De bewindvoerder werd bevolen de opbrengst van €9.569,67 te vereffenen ten gunste van alle schuldeisers, waarmee het pandrecht van Obvion verviel.
Uitkomst: De opbrengst van de kapitaalverzekering wordt als nagekomen bate aan de schuldeisers toegekend en de bewindvoerder wordt bevolen deze te vereffenen.