ECLI:NL:RBNNE:2013:CA4024
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering op betaling achterstallige reistijdvergoeding conform cao afgewezen behalve aanvulling tot cao-minimum
De werknemer [A] was op basis van opeenvolgende jaarcontracten in dienst bij Westermann Installatietechniek B.V., laatstelijk als (hulp)monteur. De arbeidsovereenkomst eindigde van rechtswege. Op de arbeidsverhouding was de cao voor het Technische Installatiebedrijf van toepassing. [A] vorderde betaling van achterstallige reistijdvergoeding conform artikel 44 cao Pro, inclusief wettelijke verhoging, rente en incassokosten.
Westermann betwistte de vordering primair met het argument dat de reistijdvergoeding was verdisconteerd in een hoger salaris, en dat een schriftelijke verklaring zoals vereist in artikel 44 lid 1 cao Pro ontbrak. Subsidiair voerde zij aan dat de afwijkende regeling redelijk en billijk was en dat [A] per saldo meer had ontvangen dan volgens de cao.
De kantonrechter oordeelde dat de schriftelijke verklaring ontbrak en dat de arbeidsovereenkomst deze niet bevatte. De afwijkende regeling was daarom nietig op grond van artikel 12 Wet Pro op de Collectieve Arbeidsovereenkomst. Uit de berekeningen bleek dat [A] over enkele maanden minder had ontvangen dan het cao-minimum. Westermann werd veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 643,59 bruto als aanvulling. De wettelijke verhoging werd gematigd tot 10% vanwege tijdige betaling van het loon. De vordering tot incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Westermann werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een aanvulling op de reistijdvergoeding tot het cao-minimum en wettelijke rente, met gematigde wettelijke verhoging en proceskosten.