Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 28 mei 2014
[verzoeker],
[verweerder],
Procesverloop
Motivering
Beslissing
fn: 19)
Rechtbank Noord-Nederland
De vader heeft verzocht om vermindering van zijn alimentatieverplichting aan zijn zoon, waarbij hij stelde dat zijn dienstverband bij zijn werkgever per 1 februari 2014 was beëindigd en dat hij geen ontbindingsvergoeding had ontvangen. Hij gaf aan dat zijn netto besteedbaar inkomen €1.591 per maand bedroeg en dat zijn draagkracht €178 per maand was. De zoon betwistte dit en stelde dat de vader onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij geen ontbindingsvergoeding had ontvangen, mede omdat de vaststellingsovereenkomst niet was overgelegd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het dienstverband van de vader inderdaad per 1 februari 2014 is geëindigd en dat hij tot die datum is doorbetaald. Omdat de vader de vaststellingsovereenkomst niet heeft overgelegd, kon niet worden vastgesteld of hij een ontbindingsvergoeding had ontvangen. De rechtbank achtte het aannemelijk dat de vader een dergelijke vergoeding mogelijk wel heeft ontvangen.
Verder heeft de rechtbank overwogen dat de vader niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zijn vermogen van €40.000 grotendeels heeft opgebruikt, zoals hij stelde, en dat hij onvoldoende heeft onderbouwd waarom hij niet vanuit zijn vermogen kan voldoen aan zijn onderhoudsverplichting. De rechtbank concludeerde dat de vader onvoldoende draagkrachtvermindering heeft aangetoond en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot vermindering van de alimentatiebijdrage wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van de draagkrachtvermindering.