ECLI:NL:RBNNE:2014:5413
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt collegegeld als vergoeding voor onderwijs en wijst teruggaaf omzetbelasting toe
Eiseres, een instelling voor hoger onderwijs, heeft bezwaar gemaakt tegen de door verweerder berekende aftrek van voorbelasting over het derde kwartaal van 2012. De kern van het geschil betrof de vraag of het ontvangen collegegeld een vergoeding is voor een prestatie, wat bepalend is voor de berekening van de aftrek van voorbelasting op gemengde kosten.
De rechtbank stelt vast dat het collegegeld wettelijk is vastgesteld en direct verband houdt met de door eiseres verrichte onderwijsdiensten. Hoewel het collegegeld niet de werkelijke waarde van de diensten weerspiegelt, is het substantieel en vormt het geen symbolische vergoeding. Hierdoor kwalificeert het verstrekken van onderwijs als een economische activiteit.
Verweerder had de aftrek van voorbelasting berekend via een pre pro rata methode, waarbij eerst een splitsing werd gemaakt tussen economische en niet-economische activiteiten. De rechtbank wijst dit af en sluit zich aan bij de door eiseres voorgestelde pro rata berekening op basis van de verhouding van belaste omzet tot totale omzet exclusief subsidies.
De rechtbank verwerpt ook het subsidiaire standpunt van verweerder dat de aftrek op basis van werkelijke gebruik moet worden berekend, omdat verweerder dit niet aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar en draagt verweerder op een teruggaaf van €19.984 te verlenen, inclusief belastingrente en vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat het collegegeld een vergoeding vormt voor onderwijs en draagt verweerder op een teruggaaf van €19.984 aan omzetbelasting te verlenen.