ECLI:NL:RBNNE:2014:555

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
22 januari 2014
Publicatiedatum
5 februari 2014
Zaaknummer
18/630183-05 en 18/050710-04
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 579 SvArt. 581 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling identiteit veroordeelde in herkenningsprocedure

In deze strafrechtelijke herkenningsprocedure heeft de rechtbank Noord-Nederland op 22 januari 2014 vastgesteld dat de aangehouden persoon de veroordeelde is aan wie onherroepelijke gevangenisstraffen zijn opgelegd. De veroordeelde ontkende aanvankelijk zijn identiteit en gaf zich uit voor zijn zus, waarbij hij haar paspoort toonde.

Tijdens de zitting bevestigde de veroordeelde echter zijn identiteit en erkende hij veroordeeld te zijn tot twee gevangenisstraffen van respectievelijk 200 dagen en 9 maanden. De rechtbank baseerde haar oordeel op de verklaring van de veroordeelde zelf en een proces-verbaal van een verbalisant.

De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat de aangehouden persoon de veroordeelde is, conform de artikelen 579 en 581 van het Wetboek van Strafvordering. Hiermee werd de herkenningsprocedure afgerond en kon de uitvoering van de opgelegde straffen worden voortgezet.

Uitkomst: De rechtbank stelt vast dat de aangehouden persoon de veroordeelde is die twee gevangenisstraffen moet ondergaan.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Locatie Groningen
parketnummers 18/630183-05 en 18/050710-04
vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 22 januari 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de veroordeelde

[veroordeelde],

geboren op [geboortedag] 1966 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], thans zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd in PI De Peel te Evertsoord.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van
22 januari 2014. Veroordeelde is verschenen, bijgestaan door mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen.

Procesverloop

De officier van justitie heeft d.d. 30 december 2013 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank overgaat tot vaststelling of [veroordeelde] al dan niet de veroordeelde is, aan wie bij onherroepelijke arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2011 onder de parketnummers 24-000706-09 en 24-000133-11 een tweetal gevangenisstraffen van respectievelijk 200 dagen en 9 maanden is opgelegd.
Bij aanhouding tot het ondergaan van bovenstaande straffen heeft [veroordeelde] ontkend de veroordeelde te zijn en verklaard te zijn genaamd [alias], geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats].
Ter zitting van 22 januari 2014 heeft de veroordeelde de vragen van de voorzitter of zij [veroordeelde] is, geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966, bevestigend beantwoord.
[veroordeelde] heeft verklaard dat zij zich op 28 november 2013 heeft uitgegeven voor [alias], haar zus, en dat zij toen het paspoort van haar zus heeft laten zien. Ook heeft zij verklaard tot eerder vermelde gevangenisstraffen te zijn veroordeeld.

Motivering

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de aangehouden persoon de veroordeelde [veroordeelde] is, aan wie bij onherroepelijke arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 juli 2011 onder de parketnummers 24-000706-09 en 24-000133-11 een tweetal gevangenisstraffen van respectievelijk 200 dagen en 9 maanden zijn opgelegd.
De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen:
- de verklaring ter terechtzitting van de veroordeelde;
- een proces-verbaal nummer PL2382-2013108825-3 d.d. 10 december 2013, inhoudende de
relatering van verbalisant [verbalisant].
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 579 en 581 van het Wetboek van Strafvordering.
DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:
Stelt vast dat de aangehouden persoon de veroordeelde [veroordeelde] is.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. Agema, voorzitter, mr. R.B.M. Keurentjes en
mr. M.C. Fuhler, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 januari 2014.