ECLI:NL:RBNNE:2014:6196
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.W. Keuning
- G.B.A. Brummer
- M. Chin-Oldenziel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belastingaanslagen en toepassing herinvesteringsreserve bij emigratie melkveehouderij
Eiser en zijn echtgenote dreven een melkveehouderij in Nederland en emigreerden in 2005 naar Duitsland, waar zij hun onderneming voortzetten. Hierbij werd een herinvesteringsreserve (HIR) gevormd en deels afgeboekt op investeringen in Duitsland. Verweerder legde aanslagen IB/PVV en premie ziekenfondswet op, waarbij de vrijval van de HIR werd meegenomen. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslagen en stelde dat de HIR niet als vermogensbestanddeel kon worden beschouwd en dat de artikelen 3.60 en 3.61 Wet IB in strijd waren met het vrije verkeer van vestiging.
De rechtbank oordeelde dat de HIR als vermogensbestanddeel wordt aangemerkt en dat afrekening bij emigratie op grond van artikel 3.60 Wet IB terecht is. De rechtbank verwierp het betoog dat de HIR niet vrij zou vallen, mede omdat vrijwel alle bedrijfsmiddelen naar Duitsland waren overgebracht. Verder werd geoordeeld dat het arrest National Grid Indus van het Hof van Justitie van de EU van toepassing is, waardoor de heffing over latente meerwaarden bij emigratie is toegestaan.
Hoewel het achterwege blijven van uitstel van betaling een inbreuk op het Unierecht kan vormen, valt dit buiten de beoordeling van de aanslag zelf en kan dit alleen in een aparte invorderingsprocedure aan de orde komen. De beroepen tegen de aanslagen en heffingsrente werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie ziekenfondswet 2005 worden ongegrond verklaard.