Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 13 augustus 2014
[verzoekster],
[verweerder],
Procesverloop
Motivering
Beslissing
fn: 458)
Rechtbank Noord-Nederland
De vrouw verzocht de rechtbank om wijziging van de partneralimentatie die was overeengekomen in het echtscheidingsconvenant van 2011. Zij stelde dat er sprake was van een wijziging van omstandigheden bij de man en dat haar behoefte hoger was dan de huidige alimentatie. De man voerde verweer met het standpunt dat de vrouw samenwoonde als ware zij gehuwd met een derde, waardoor zijn onderhoudsverplichting zou vervallen.
De rechtbank onderzocht of er sprake was van samenwoning in de zin van artikel 1:160 BW Pro. De man stelde dat de vrouw samenwoonde met de verhuurder van haar woning, met wie zij een affectieve relatie zou hebben. De vrouw betwistte dit en stelde dat zij slechts een huurder was zonder affectieve relatie. De rechtbank oordeelde dat de man zijn stelling onvoldoende had onderbouwd en dat de vrouw’s verklaring, ondersteund door een huisbezoekrapport, aannemelijk was.
De rechtbank nam aan dat de man sinds de beschikking van 2011 samenwoont met zijn partner, wat een wijziging van omstandigheden vormt. Op basis van de huidige draagkracht van de man, berekend aan de hand van zijn inkomen en de Tremanormen, stelde de rechtbank de partneralimentatie vast op € 810 per maand. De wijziging gaat in vanaf de datum van het verzoekschrift, 12 februari 2014.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de partneralimentatie naar € 810 per maand vanaf 12 februari 2014.