ECLI:NL:RBNNE:2014:6658
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Wentholt
- Rechtspraak.nl
Vermindering bestuurlijke boete wegens niet tijdig doorgeven wijziging hoofdverblijf bij Wwb-uitkering
Eiser ontving een bijstandsuitkering op grond van de Wwb en gaf aan op een bepaald adres te wonen. Na een huisbezoek en onderzoek bleek dat eiser sinds 1 mei 2013 niet meer op dat adres woonde, maar op een ander adres. Verweerder trok de uitkering in en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiser betwistte de boete en voerde aan dat zijn gewijzigde woonsituatie tijdelijk was en mede het gevolg van onvoorziene omstandigheden rondom de mishandeling van zijn broer. De rechtbank overwoog dat het Boetebesluit sociale zekerheidswetten niet van toepassing was, maar dat de boete moest worden getoetst aan artikel 5:46, tweede lid, van de Awb en de criteria van de Centrale Raad van Beroep.
De rechtbank stelde vast dat opzet en grove schuld niet waren aangetoond en dat de persoonlijke omstandigheden van eiser geen verminderde verwijtbaarheid rechtvaardigden. Daarom werd de boete gematigd tot 50% van het benadelingsbedrag, afgerond op € 1.580,-. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak bevestigt het belang van een zorgvuldige toetsing van boetes in het sociale zekerheidsrecht, waarbij persoonlijke omstandigheden en wettelijke criteria zorgvuldig worden meegewogen.
Uitkomst: De boete wordt gematigd tot 50% van het benadelingsbedrag en vastgesteld op € 1.580,-; het bestreden besluit wordt vernietigd.