Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[naam],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
De werknemer trad op 1 mei 2012 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een jaar. De werkgever maakte op 25 maart 2013 bekend de overeenkomst niet te verlengen, waarna de werknemer stelde dat dit vanwege haar zwangerschap gebeurde en dat sprake was van discriminatie. De werkgever betwistte dit en bood ondanks de zwangerschap een nieuwe arbeidsovereenkomst aan, welke de werknemer niet accepteerde.
Tijdens de comparitie van partijen is het geschil besproken. De kantonrechter overwoog dat het beëindigen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van rechtswege plaatsvindt en dat partijen vrij zijn om al dan niet een nieuwe overeenkomst aan te gaan. Discriminatoir handelen is slechts onrechtmatig indien dit aannemelijk wordt gemaakt.
De rechter oordeelde dat de reden van niet-verlenging door de werknemer achterhaald was door het feit dat de werkgever alsnog een passende nieuwe arbeidsovereenkomst aanbood, zij het op een andere locatie en met nagenoeg dezelfde voorwaarden. De werknemer heeft dit aanbod geweigerd zonder dat sprake was van een onredelijk voorstel. De vorderingen werden daarom afgewezen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen wegens vermeend discriminatoir niet verlengen van de arbeidsovereenkomst worden afgewezen.