ECLI:NL:RBNNE:2014:874
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete Wet arbeid vreemdelingen wegens tewerkstelling zonder vergunning
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (eiseres) kreeg een boete opgelegd wegens het laten verrichten van schoonmaakwerkzaamheden door vreemdelingen zonder de vereiste tewerkstellingsvergunning, in strijd met artikel 2 en Pro 15 van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Eiseres stelde bezwaar tegen het boetebesluit, dat werd afgewezen, waarna zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank onderzocht of de vreemdelingen daadwerkelijk werkzaamheden hadden verricht in het kantoor van eiseres. Hoewel verweerder zich baseerde op werkroosters en verklaringen van de werkgever en de vreemdelingen, vond de rechtbank onvoldoende bewijs voor de werkzaamheden van één vreemdeling, maar wel voldoende aannemelijk dat een andere vreemdeling werkzaamheden had verricht. Daarnaast werd geoordeeld dat eiseres als maatschap gelijkgesteld kon worden aan een rechtspersoon en dus aansprakelijk was als werkgever.
De rechtbank oordeelde dat de boete terecht was opgelegd maar matigde deze vanwege de mate van verwijtbaarheid en het feit dat de vreemdelingen beschikten over verblijfsdocumenten met beperkingen. Ook vond de rechtbank dat de boete voor eiseres niet hoger mocht zijn dan die voor de tussenpersoon die de schoonmaak initieerde. Uiteindelijk vernietigde de rechtbank het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering, herroept het primaire besluit en stelde de boete vast op €3.500. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en stelt de boete vast op €3.500.