ECLI:NL:RVS:2013:BZ9068
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- A.W.M. Bijloos
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen en matiging
De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde aan de vennoten van een voormalige vennootschap een boete van €56.000 op wegens het laten verrichten van arbeid door vreemdelingen zonder tewerkstellingsvergunning. De rechtbank matigde deze boete tot €14.000 en verklaarde het beroep van de vennoten gegrond.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte de boete zo sterk had gematigd, omdat de vennoten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij door de boete onevenredig werden getroffen. Wel achtte de Afdeling een matiging van 50% passend vanwege de omstandigheden, waaronder het feit dat de vreemdelingen legaal in Nederland verbleven, arbeid verrichtten binnen de toegestane uren en dat belastingen en premies waren afgedragen.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond, herroept het eerdere besluit en stelt de boete vast op €28.000. Tevens veroordeelde zij de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de vennoten.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt vastgesteld op €28.000 met vergoeding van proceskosten aan de vennoten.