De rechtbank Noord-Nederland heeft op 26 maart 2015 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplegen van ontuchtige handelingen met haar minderjarige zoon en van mishandeling van meerdere kinderen. De rechtbank sprak verdachte vrij van de mishandelings tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachte bij de mishandelingen.
Ten aanzien van de ontuchtige handelingen met haar zoon werd verdachte wel veroordeeld. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van april 2005 tot februari 2007 meermalen, samen met een ander, ontuchtige handelingen heeft gepleegd met haar minderjarige zoon. De rechtbank hield rekening met de verminderd toerekeningsvatbaarheid van verdachte vanwege een verstandelijke beperking en persoonlijkheidsproblematiek.
De straf bestaat uit een gevangenisstraf van 255 dagen, waarvan een deel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, inclusief verplicht reclasseringstoezicht en behandeling. Daarnaast werd een taakstraf van 240 uur opgelegd. De rechtbank matigde de schadevergoeding aan het slachtoffer tot €6.000,- met wettelijke rente vanaf 2007. De vorderingen van andere benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn niet was overschreden ondanks het lange tijdsverloop, mede door bijzondere omstandigheden en onderzoekshandelingen. De uitspraak benadrukt de ernst van het feit en de kwetsbaarheid van het slachtoffer, maar houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.