ECLI:NL:RBNNE:2015:1711
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-verantwoording door budgethouder
De zaak betreft een vordering van het Zorgkantoor tot terugbetaling van een persoonsgebonden budget (PGB) dat aan [gedaagde] was toegekend voor zorg. [gedaagde] heeft nagelaten om verantwoording af te leggen over de besteding van het PGB, terwijl dit verplicht was volgens de beschikking. Het Zorgkantoor heeft daarop het PGB met terugwerkende kracht beëindigd en de terugvordering vastgesteld.
[gedaagde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de beschikking tot terugvordering en heeft ook niet betaald ondanks meerdere sommatiebrieven. De moeder van [gedaagde], die als wettelijk vertegenwoordiger optrad en het PGB aanvraagd, erkent het gebrek aan verantwoording en stelt dat een deel van het budget niet aan zorg is besteed.
De rechtbank oordeelt dat het beginsel van formele rechtskracht geldt, omdat geen bezwaar is gemaakt tegen het bestuursrechtelijke besluit. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen. De verplichtingen rusten op de budgethouder zelf, ook al was zij minderjarig ten tijde van de aanvraag en handelde de moeder als vertegenwoordiger.
De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot terugbetaling van het bedrag van € 18.838,27, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, en draagt haar op de kosten van de procedure te betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de budgethouder tot terugbetaling van het PGB met rente en kosten.