Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
- het rapport van de deskundige van 14 november 2014, ter griffie ontvangen op 19 november 2014;
- de akte van de zijde van de vrouw van 16 december 2014;
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een civiele zaak over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden tussen een vrouw en een man, die gezamenlijk een vennootschap onder firma (VOF) hadden opgericht. De vrouw had een vordering wegens haar kapitaalinbreng in de onderneming en verzocht om vaststelling van de waarde van haar aandeel in de VOF bij ontbinding van het huwelijk per 31 december 2010.
De rechtbank nam kennis van een deskundigenrapport waarin verschillende waarderingsmethoden werden besproken, waaronder de waarderingsmethode van de franchisegever, de Discounted Cash Flow (DCF) methode en de rendementsmethode. De rechtbank besloot de waarderingsmethode van de franchisegever te hanteren, omdat deze het meest aansluit bij de branche-specifieke omstandigheden van de onderneming.
De waarde van het aandeel van de vrouw in de VOF werd vastgesteld op €170.290,-. De man mocht een bedrag van €21.946,- verrekenen met deze vordering, en na aftrek van een voorschot van €4.000,- werd de man veroordeeld tot betaling van €144.344,- aan de vrouw, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 25 maart 2015.
De rechtbank wees het verzoek af om de huwelijkse voorwaarden verder af te wikkelen, omdat met de vaststelling van het bedrag en de gemaakte afspraken het belang van de vrouw in dat verzoek was komen te vervallen.
Uitkomst: Man wordt veroordeeld tot betaling van €144.344,- aan vrouw voor afwikkeling aandeel in VOF met wettelijke rente.