Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter van 9 juni 2015
[eiser] ,
[Bandenservice] BV,gevestigd te [adres] ,
Rechtbank Noord-Nederland
De werknemer heeft werkzaamheden verricht bij een vennootschap onder firma en is later in dienst getreden met een schriftelijk contract voor parttime werk. Hij vordert betaling van te weinig betaald loon, niet opgenomen ADV- en vakantiedagen, vakantietoeslag en een eenmalige uitkering, vermeerderd met wettelijke rente en verhoging. Hij stelt dat hij feitelijk 40 uur per week werkte en deels zwart werd betaald.
De werkgever betwist de omvang van de werkweek, de functie en de ziekmelding van de werknemer. Zij stelt dat de werknemer sinds eind januari 2014 onbereikbaar was en elders werkte. De kantonrechter onderzoekt eerst de ontvankelijkheid van de werknemer, omdat sinds 26 juli 2013 een bewind is ingesteld over zijn goederen.
De rechter oordeelt dat de werknemer niet bevoegd is zelf te procederen over aanspraken die onder het bewind vallen. De bewindvoerder moet als formele procespartij optreden. Daarom wordt de werknemer niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld tot betaling van proceskosten. De inhoudelijke beoordeling van de loonvordering blijft achterwege.
Uitkomst: Werknemer wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onder bewind stelling en veroordeeld tot betaling van proceskosten.