ECLI:NL:RBNNE:2015:3944

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
18 mei 2015
Publicatiedatum
13 augustus 2015
Zaaknummer
C18/156201/PR RK 15-241
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens gebrek aan motivering

Verzoeker heeft op 24 april 2015 een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. L. Mulder, de rechter die de bestuursrechtelijke procedure met registratienummer Awb 14-3360 behandelt. De rechter heeft aangegeven niet in het wrakingsverzoek te berusten.

De rechtbank beoordeelt het wrakingsverzoek aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarin is bepaald dat een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden die de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden. De rechtbank benadrukt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er een uitzonderlijke omstandigheid is die een zwaarwegende aanwijzing geeft voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij de rechtzoekende.

De rechtbank constateert dat verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die de vermeende partijdigheid onderbouwen. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet voldoende. Daarom wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek en wordt een mondelinge behandeling achterwege gelaten.

De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing is op 18 mei 2015 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de Rechtbank Noord-Nederland te Groningen.

Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens gebrek aan motivering.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Locatie Groningen
meervoudige kamer
Zaaknummer/rolnummer: C/18/156201/PR RK 15/241
Beslissing van 18 mei 2015
op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van
[naam] ,te [woonplaats] ,
verzoeker.

1.Procesverloop

1.1.
Bij brief van 24 april 2015 heeft verzoeker het verzoek tot wraking ingediend van mr. L. Mulder als rechter die de bestuursrechtelijke procedure met registratienummer Awb 14-3360 behandelt.
Mr. L. Mulder heeft aangegeven niet in de wraking te berusten.

2.De beoordeling

3.1.
Ingevolge artikel 8:15 van Pro de Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter als uitgangspunt geldt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter tegenover een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoeker is niet doorslaggevend. Aan de hand van deze maatstaf zal de rechtbank het verzoek beoordelen.
3.3.
De rechtbank overweegt dat uit het wrakingsverzoek van verzoeker niet blijkt waarom verzoeker van mening is dat de rechter zich partijdig of vooringenomen zou hebben getoond. Verzoeker heeft hiertoe geen concrete feiten en omstandigheden aangedragen. Omdat een motivering ontbreekt dient verzoeker in zijn verzoek
niet-ontvankelijk te worden verklaard en kan een mondelinge behandeling van het verzoek daarom achterwege blijven

3.De beslissing

De rechtbank Noord-Nederland:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
3.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak (met zaaknummer Awb 14/3360) wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking,
3.3.
beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan partijen.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, en mrs. P.J. Duinkerken en B.R. Tromp, leden, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 mei 2015
kb