ECLI:NL:RBNNE:2015:3951

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
12 juni 2015
Publicatiedatum
13 augustus 2015
Zaaknummer
C18/157163/PR RK 15-295
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens gebrek aan motivering

Op 3 juni 2015 diende verzoeker een schriftelijk verzoek tot wraking in tegen mr. L. Mulder, de behandelend rechter in een bestuursrechtelijke procedure (zaaknummer Awb 14-3360). De rechtbank Noord-Nederland heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat een rechter kan worden gewraakt indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden.

De rechtbank benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij de verzoeker. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet voldoende.

In dit geval heeft verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die de onpartijdigheid van de rechter aantonen. Hierdoor ontbrak het verzoek aan motivering, wat leidde tot niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek. De rechtbank besloot het proces in de hoofdzaak voort te zetten zoals het was ten tijde van het verzoek en beval onmiddellijke mededeling van de beslissing aan partijen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van concrete feiten en omstandigheden die onpartijdigheid aantonen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Locatie Groningen
meervoudige kamer
Zaaknummer/rolnummer: C/18/157163/PR RK 15/295
Beslissing van 12 juni 2015
op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van
[naam] ,te [woonplaats] ,
verzoeker.

1.Procesverloop

1.1.
Bij brief van 3 juni 2015 heeft verzoeker het verzoek tot wraking ingediend van
mr. L. Mulder, die als rechter de bestuursrechtelijke procedure met registratienummer Awb 14-3360 behandelt.
Mr. L. Mulder heeft aangegeven niet in de wraking te berusten.

2.De beoordeling

3.1.
Ingevolge artikel 8:15 van Pro de Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter als uitgangspunt geldt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter tegenover een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoeker is niet doorslaggevend. Aan de hand van deze maatstaf zal de rechtbank het verzoek beoordelen.
3.3.
De rechtbank overweegt dat uit het wrakingsverzoek van verzoeker niet blijkt waarom verzoeker van mening is dat de rechter zich partijdig of vooringenomen zou hebben getoond. Verzoeker heeft hiertoe geen concrete feiten en omstandigheden aangedragen. Omdat een motivering ontbreekt dient verzoeker in zijn verzoek
niet-ontvankelijk te worden verklaard en kan een mondelinge behandeling van het verzoek daarom achterwege blijven

3.De beslissing

De rechtbank Noord-Nederland:
3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;
3.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak (met zaaknummer Awb 14/3360) wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking,
3.3.
beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan partijen.
Deze beslissing is gegeven door mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, en mrs. P.J. Duinkerken en B.R. Tromp, leden, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2015
kb