Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
mr. L. Mulder, die als rechter de bestuursrechtelijke procedure met registratienummer Awb 14-3360 behandelt.
Rechtbank Noord-Nederland
Op 3 juni 2015 diende verzoeker een schriftelijk verzoek tot wraking in tegen mr. L. Mulder, de behandelend rechter in een bestuursrechtelijke procedure (zaaknummer Awb 14-3360). De rechtbank Noord-Nederland heeft dit verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat bepaalt dat een rechter kan worden gewraakt indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid kunnen schaden.
De rechtbank benadrukte dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor bij de verzoeker. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet voldoende.
In dit geval heeft verzoeker geen concrete feiten of omstandigheden aangevoerd die de onpartijdigheid van de rechter aantonen. Hierdoor ontbrak het verzoek aan motivering, wat leidde tot niet-ontvankelijkheid van het wrakingsverzoek. De rechtbank besloot het proces in de hoofdzaak voort te zetten zoals het was ten tijde van het verzoek en beval onmiddellijke mededeling van de beslissing aan partijen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van concrete feiten en omstandigheden die onpartijdigheid aantonen.