ECLI:NL:RBNNE:2015:4736
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. Tanghe
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- M. Chin-Oldenziel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging etikettering woonhuis als ondernemingsvermogen na beëindiging veehouderij
De zaak betreft een geschil over de fiscale etikettering van een woonhuis als ondernemingsvermogen na de beëindiging van een veehouderij en voortzetting van een vakantieboerderij. Eisers stelden dat het woonhuis vanaf 1988 verplicht privévermogen was, omdat het niet meer dienstbaar was aan de onderneming. Verweerder handhaafde het standpunt dat het woonhuis wel dienstbaar bleef.
De rechtbank stelde vast dat het woonhuis sinds 1963/1964 als ondernemingsvermogen werd geëtiketteerd en dat dit ook na de nieuwbouw in 1965 en na de beëindiging van de veehouderij in 1988 zo bleef. Eisers droegen onvoldoende feiten aan om te bewijzen dat het woonhuis niet meer dienstbaar was aan de onderneming. Verweerder wees op het feit dat gasten zich bij het woonhuis meldden en dat toezicht op de bedrijfsruimte werd gehouden, wat volgens de APV verplicht was.
De rechtbank oordeelde dat het woonhuis fysiek gesplitst kon worden van het bedrijfsgedeelte, maar dat dit niet betekende dat het woonhuis verplicht privévermogen was. De etikettering als ondernemingsvermogen overschreed de grenzen der redelijkheid niet. Het beroep van eisers werd ongegrond verklaard en de aanslag en heffingsrente werden gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente wordt ongegrond verklaard en de etikettering van het woonhuis als ondernemingsvermogen blijft gehandhaafd.