ECLI:NL:RBNNE:2015:5115
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsbeslissing wegens valsheid in geschrift, oplichting en witwassen bij hypotheekfraude
Veroordeelde is bij vonnis van 28 november 2014 veroordeeld voor valsheid in geschrift, oplichting en witwassen in het kader van hypotheekaanvragen voor drie woningen en het gebruik van gelden uit een bouwdepot. De rechtbank stelt vast dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen uit deze strafbare feiten, maar niet uit de hypothecaire geldleningen zelf, omdat deze gepaard gingen met een terugbetalingsverplichting en zekerheid.
De ontnemingsvordering van het openbaar ministerie werd aanvankelijk gesteld op ruim €1,7 miljoen, maar werd tijdens de procedure verlaagd tot €229.522,38, gebaseerd op drie zaken (A02, A03 en A04). De rechtbank beoordeelde per zaak het bewijs en de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waarbij zij onder meer oordeelde dat valsheid in geschrift en oplichting bewezen waren en dat valse facturen werden gebruikt.
De rechtbank matigde de betalingsverplichting tot €20.000 vanwege de leeftijd van veroordeelde, zijn pensioeninkomen en het feit dat hij persoonlijk en zakelijk failliet is verklaard. De rechtbank verwierp het verweer dat het vertrouwensbeginsel het indienen van de ontnemingsvordering in de weg stond en concludeerde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland op 5 november 2015, met als gevolg dat veroordeelde een betalingsverplichting opgelegd kreeg ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Veroordeelde wordt verplicht €20.000 te betalen ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €83.060,97.