ECLI:NL:RBNNE:2015:5585
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verschuiving van AOW-leeftijd leidt tot schending eigendomsrecht
Eiseres ontving een pensioenoverzicht waarin de AOW-leeftijd werd vastgesteld op 21 november 2022, met een aanvang van de AOW-opbouw op 21 november 1972. Zij maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat het pensioenoverzicht een besluit is en dat de verschuiving van de AOW-leeftijd een ongeoorloofde inbreuk op haar eigendomsrecht vormt. Verweerder stelde dat het overzicht geen besluit is en dat er geen sprake is van een bestaand recht dat wordt ontnomen.
De rechtbank oordeelde dat het pensioenoverzicht wel degelijk een besluit is in de zin van de Awb, omdat het een rechtsvaststelling bevat over verzekerde tijdvakken die verband houden met het recht op AOW. Tevens stelde de rechtbank vast dat eiseres een gerechtvaardigde verwachting had dat haar AOW-pensioen zou worden toegekend op basis van de oude AOW-leeftijd, waardoor sprake is van ontneming van eigendom.
De rechtbank beoordeelde vervolgens of de inbreuk op het eigendomsrecht gerechtvaardigd is. Hoewel de wet de verschuiving van de AOW-leeftijd voorziet en een legitiem algemeen belang dient, leidde de toepassing ervan voor eiseres tot een onevenredig zware last. Gezien haar leeftijd, gezondheid en arbeidsmarktpositie is de periode van 24 maanden zonder AOW-uitkering financieel problematisch.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen voor zover het de aanvang van de pensioenopbouw betreft. De aanvang van de pensioenopbouw wordt teruggezet naar 21 februari 1971. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd vanwege schending van het eigendomsrecht door de verschuiving van de AOW-leeftijd.