Uitspraak
25 november 2015, 15/29 (aangevallen uitspraak)
mr. A. van der Weerd. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door Ter Hennepe. In de gevoegde zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.
OVERWEGINGEN
[in] 1956, een pensioenoverzicht toegezonden. Hierop is vermeld dat haar pensioenopbouw ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) is beoordeeld tot en met
14 juli 2014. Betrokkene is verzekerd geacht voor de AOW vanaf het begin van haar pensioenopbouw op 21 november 1972 tot en met 14 juli 2014, waardoor zij 84% van het AOW-pensioen heeft opgebouwd. Voorts is vermeld dat betrokkene haar AOW-leeftijd bereikt op 21 november 2022.
AOW-leeftijd heeft betrokkene een AOW-gat van één jaar en negen maanden en lijdt zij aanzienlijke financiële schade. Volgens betrokkene brengt de wetswijziging in haar geval een schending mee van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol (Eerste Protocol) bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Voorts is volgens betrokkene een verboden onderscheid naar leeftijd gemaakt, waarbij zij zich heeft beroepen op artikel 14 van Pro het EVRM en artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerlijke en politieke rechten (IVBPR).
niet-ontvankelijk verklaard. Met betrekking tot de verschuiving van de start van de opbouwperiode met één jaar en negen maanden, en inmiddels 24 maanden, heeft de rechtbank overwogen dat betrokkene de gerechtvaardigde verwachting had dat deze periode zou worden betrokken bij de vaststelling van haar AOW-opbouwperiode. Daarmee is sprake van een eigendomsrecht in de zin van het Eerste Protocol. De rechtbank heeft overwogen dat artikel 1 van Pro het Eerste Protocol is geschonden. Daartoe is overwogen dat – ondanks dat betrokkene in aanmerking komt voor een overbruggingsuitkering – het gaat om een lange te overbruggen periode van 24 maanden. Gezien het huidige inkomen kan betrokkene niet sparen en gezien haar gezondheidstoestand en korte eenzijdige arbeidsverleden maakt zij geen kans op de arbeidsmarkt. Voorts is niet duidelijk of zij in aanmerking komt voor bijstand, zonder dat zij eerst haar eigen woning moet opeten. Dit maakt dat sprake is van een onevenredig zware last voor betrokkene. Artikel 7a van de AOW moet daarom buiten toepassing worden gelaten.
AOW-pensioen kunnen leiden. Een dergelijk pensioenoverzicht kan alleen aangevraagd en verstrekt worden over een periode waarin mogelijk verzekerde jaren zijn opgebouwd, maar waarin feitelijk nog geen recht op een AOW-pensioen bestond. Het feitelijk rechtsgevolg van het pensioenoverzicht treedt echter pas in bij het, na aanvraag, (mogelijk) toekennen van AOW-pensioen.
AOW-leeftijd een mededeling is van informatieve aard die in het kader van een pensioenoverzicht niet gericht is op rechtsgevolg en daarom voor dat deel geen besluit is waartegen in rechte kan worden opgekomen. Hiermee is niet gezegd dat betrokkene een effectief rechtsmiddel tegen de toekomstige ingangsdatum van zijn AOW-pensioen wordt onthouden, nu hij tegen het besluit dat wordt afgegeven naar aanleiding van zijn aanvraag om een AOW-pensioen bezwaar kan maken.
21 november 1972, begint de periode van opbouw van vijftig verzekerde jaren die kunnen leiden tot een volledig AOW-pensioen. Door de inwerkingtreding van artikel 7a van de AOW op 1 januari 2013 heeft een verschuiving van de aanvankelijke aanvangsleeftijd van 15 jaar plaatsgevonden, vanaf welke leeftijd betrokkene onweersproken tijdvakken van verzekering had opgebouwd voor de AOW. De Raad volgt de Svb niet in zijn betoog dat ook de in het pensioenoverzicht genoemde aanvangsleeftijd als begin van de nieuwe opbouwperiode niet zou zijn gericht op rechtsgevolg, nu deze aanvangsleeftijd ontegenzeggelijk deel uitmaakt van de in 4.1.2 bedoelde rechtsvaststelling. Hieraan doet niet af dat, naar inmiddels ook is gebleken, deze aanvangsleeftijd door nieuwe wetswijzigingen kan veranderen.
– kortheidshalve – naar zijn uitspraak van heden in de zaken 14/6146 AOW en 14/6794 AOW, ECLI:NL:CRVB:2016:2502 waarin ten aanzien van de wijziging van de ingangsdatum en de verhoging van de AOW-leeftijd is geoordeeld dat deze in het algemeen proportioneel is te achten en dat die in het algemeen niet leidt tot een schending van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol.
BESLISSING
- vernietigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 3 december 2014 ongegrond.
E.E.V. Lenos als leden, in tegenwoordigheid van N. Veenstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2016.