Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
het restant van de schuld met betrekking tot de geleverde paarden aan de vof van gedaagde over de periode van 1 juni 2012 tot en met maart 2013".
Rechtbank Noord-Nederland
In deze civiele procedure vordert eiser betaling van een bedrag van €3.375,00 vermeerderd met rente en incassokosten, gebaseerd op leveringen aan een vennootschap onder firma waarvan gedaagde vennoot was. De dagvaarding bevatte echter geen facturen of specificaties van de leveringen, noch een concrete onderbouwing van de aansprakelijkheid van gedaagde.
Gedaagde betwist de vordering en de authenticiteit van een getekende schuldbekentenis en een afbetalingsregeling. Eiser heeft nagelaten zijn vordering voldoende te concretiseren en te onderbouwen, en heeft enkel gestandaardiseerde sommaties overgelegd.
De kantonrechter oordeelt dat de dagvaarding niet voldoet aan de informatie-, mededelings- en bewijsaandraagplicht zoals vereist in artikel 21 en Pro 111 lid 3 Rv. De vordering is daardoor onvoldragen en onvoldoende onderbouwd en komt niet voor toewijzing in aanmerking. De kantonrechter wijst de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten, die aan de zijde van gedaagde nihil worden vastgesteld.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldragenheid en onvoldoende onderbouwing; eiser veroordeeld in kosten.