ECLI:NL:RBNNE:2016:1848
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mensenhandel wegens vervoer naar prostitutie in Duitsland
De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor mensenhandel op grond van artikel 273f, sub 3, van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft op 4 maart 2015 een ander, het slachtoffer, vanuit Nederland naar Duitsland vervoerd met het oogmerk dat het slachtoffer zich aldaar beschikbaar zou stellen voor seksuele handelingen tegen betaling.
Uit het bewijs, waaronder verklaringen van verdachte en slachtoffer, alsmede proces-verbalen van aanhouding en verhoor, blijkt dat verdachte wist dat het slachtoffer in Duitsland in de prostitutie wilde werken. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte dit vervoer heeft verricht met het oogmerk van mensenhandel, ook al was er geen sprake van dwang of uitbuiting.
De rechtbank heeft de ernst van het feit meegewogen, maar ook het feit dat het om een eenmalig vervoer ging zonder bewijs van profijtname door verdachte. Verdachte had geen eerdere strafrechtelijke veroordelingen. Daarom werd een gevangenisstraf van 2 maanden geheel voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van 3 jaar.
De rechtbank sprak verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden. De opgelegde straf is bedoeld om herhaling te voorkomen en recht te doen aan de ernst van mensenhandel.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer op 24 maart 2016 in Leeuwarden.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 3 jaar wegens mensenhandel door vervoer naar prostitutie in Duitsland.