Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 26 april 2016 in de zaken tussen
derde-partijheeft aan het geding deelgenomen: het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) , gevestigd te Rijswijk, vergunninghoudster,
Rechtbank Noord-Nederland
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 26 april 2016 de verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Friese Meren was verleend voor de tijdelijke vestiging van een asielzoekerscentrum (azc) aan de Wikelerdyk te Balk. De vergunning geldt voor zes jaar, inclusief opbouw en afbraak.
Verzoeksters voerden onder meer aan dat sprake was van een stedelijk ontwikkelingsproject waarvoor een uitgebreide voorbereidingsprocedure vereist is, dat de vergunning in strijd is met planvoorschriften over bebouwingsvrije zones en aanlegvergunningen, en dat het azc het woon- en leefklimaat schaadt vanwege geurhinder van een nabijgelegen agrarisch bedrijf. Ook werd betoogd dat de belangenafweging ondeugdelijk was en dat alternatieve locaties minder bezwaren zouden opleveren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de tijdelijke huisvesting van maximaal 500 asielzoekers niet kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit mer, mede gelet op de drempelwaarden en de ruimtelijke onderbouwing. De afwijkingen van planvoorschriften zijn geoorloofd op grond van het Besluit omgevingsrecht en de belangenafweging is zorgvuldig gemaakt, waarbij het algemeen maatschappelijk belang bij opvang van asielzoekers zwaar weegt. De geurbelasting is binnen aanvaardbare grenzen en de belangen van het agrarisch bedrijf zijn voldoende betrokken.
De verzoeken tot voorlopige voorziening werden daarom afgewezen. De uitspraak is in het openbaar gedaan en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Verzoeken tot voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het tijdelijke asielzoekerscentrum worden afgewezen.