ECLI:NL:RBNNE:2016:3458
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uren besteed aan Statenlidmaatschap tellen niet mee voor urencriterium zelfstandigenaftrek
Eiser, lid van de Provinciale Staten en ondernemer sinds 2011, voerde aan dat de uren die hij besteedde aan zijn Statenlidmaatschap mee moesten tellen voor het urencriterium om recht te hebben op de zelfstandigenaftrek en startersaftrek. Verweerder stelde dat deze uren niet meetellen en dat eiser daardoor niet aan het urencriterium voldeed.
De rechtbank stelde vast dat de onderneming kwalificeert als bron van inkomen en winst uit onderneming oplevert, maar dat het urencriterium vereist dat ten minste 1225 uren aan de onderneming worden besteed. Het urenoverzicht van eiser toonde 1342 uren, maar een aanzienlijk deel daarvan betrof werkzaamheden als Statenlid, die niet aan de onderneming kunnen worden toegerekend.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de Statenlidmaatschap-uren voor het urencriterium konden worden meegeteld. Hierdoor voldeed hij niet aan het urencriterium en had hij geen recht op zelfstandigenaftrek en startersaftrek. Wel had eiser recht op de MKB-winstvrijstelling, omdat het urencriterium daarvoor niet geldt.
Verder wees de rechtbank het beroep van eiser af dat hij op grond van het vertrouwensbeginsel mocht aannemen dat het urencriterium niet ter discussie stond, aangezien dit voor het jaar 2012 niet in geschil was. De rechtbank vond dat ieder belastingjaar op zichzelf staat en dat verweerder geen bewust standpunt had ingenomen waar eiser vertrouwen op kon baseren.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2011 werd bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting 2011 zonder zelfstandigenaftrek.