Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Gedeputeerde Staten van Groningen, te Groningen.
Rechtbank Noord-Nederland
Bij besluit van 6 juni 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ten Boer een omgevingsvergunning verleend aan Gedeputeerde Staten van Groningen voor het aanleggen en verbreden van een fietspad en landbouwpad tussen Groningen en Ten Boer. Verzoekers maakten bezwaar tegen dit besluit en vroegen om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoekers spoedeisend belang hebben, omdat de werkzaamheden in september zouden beginnen. Het geschil spitst zich toe op de vraag of de vergunning terecht is verleend zonder dat een milieueffectrapportage (m.e.r.) nodig was en of het project in strijd is met het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het project niet valt onder de m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht en dat de vergunning niet in strijd is met het bestemmingsplan. De belangenafweging door verweerder is naar voorlopig oordeel redelijk, waarbij het nut van de aanleg van de Fietsroute Plus en het landbouwpad groot wordt geacht en de inbreuk op cultuurhistorische en natuurlijke waarden beperkt is.
Daarom blijft het primaire besluit naar voorlopig oordeel in stand en wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning wordt afgewezen.