ECLI:NL:RBNNE:2016:4003
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting horecagelegenheid wegens drugsaanwezigheid
De burgemeester van Groningen besloot het café van verzoeker te sluiten voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet, nadat in het café harddrugs, softdrugs en verpakkingsmateriaal waren aangetroffen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening tegen deze sluiting.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de aanwezigheid van 0,93 gram cocaïne en de observaties van de politie voldoende grond vormden voor de sluiting. Verzoekers betwisting van de feiten en argumenten over de adressering van het besluit werden verworpen. Ook het betoog dat de sluiting disproportioneel zou zijn vanwege de geringe hoeveelheid drugs en de financiële gevolgen, werd niet gevolgd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van de openbare orde zwaarder woog dan het belang van verzoeker. De sluiting werd als een passende maatregel gezien, mede vanwege de ligging van het café in een kwetsbaar gebied met drugshandel en prostitutie. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van het café wegens drugsaanwezigheid wordt afgewezen.