De docent [eiser] werkte als invaldocent Duits bij OSG2 en werd na klachten en het ontbreken van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) niet definitief aangesteld. Na beëindiging van het dienstverband solliciteerde hij bij RSG Ter Apel en gaf het Reitdiep College als referentie op. De stafmedewerker van het Reitdiep College verstrekte telefonisch informatie aan RSG Ter Apel, waarin aandachtspunten werden benoemd, waaronder klachten over gedrag en het ontbreken van een VOG.
[eiser] stelt dat deze informatie onjuist en onrechtmatig was en dat dit heeft geleid tot het mislopen van de aanstelling en schade. OSG2 betwist aansprakelijkheid en stelt dat de informatie waarheidsgetrouw en genuanceerd was, mede gezien het verzwijgen door [eiser] van zijn arbeidsverleden bij de CSG Wessel Gansfort.
De kantonrechter oordeelt dat niet vaststaat dat de negatieve referentie de oorzaak was van het niet aannemen van [eiser], maar gaat veronderstellenderwijs uit van het tegendeel. De stelling dat een stafmedewerker geen referentie mag geven, wordt verworpen omdat deze nauw betrokken was bij de zaak en namens de directeur sprak. De vermeende onjuistheden zijn onvoldoende concreet onderbouwd. Bovendien had [eiser] rekening moeten houden met de gevolgen van zijn onvolledige CV en de afspraken die met hem waren gemaakt.
De rechtbank benadrukt dat het verstrekken van een VOG verplicht is voordat een docent wordt aangesteld en dat het ontbreken daarvan zorgelijk is. Omdat niet is gebleken dat OSG2 onrechtmatig heeft gehandeld, worden de vorderingen afgewezen en wordt [eiser] veroordeeld in de proceskosten.