De werknemer, sinds 2001 in dienst bij R95 met een lichamelijke beperking, ervaart een duurzaam verstoorde arbeidsrelatie door niet-betaalde eindejaarsuitkeringen en vakantiegeld, wat heeft geleid tot stressklachten en ziekte. Ondanks mediation en deelbetalingen is het conflict geëscaleerd, waarna de werknemer ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht.
De kantonrechter oordeelt dat de betalingsachterstand en de wijze van bejegening door de werkgever leiden tot een billijke grond voor ontbinding. De transitieperiode van AWBZ naar WMO en de financiële problemen van R95 spelen een rol, maar ontslaan de werkgever niet van ernstig verwijtbaar handelen vanwege niet-nakoming van loonverplichtingen.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2016. De werknemer krijgt een transitievergoeding van €7.573,- bruto toegekend, maar geen billijke vergoeding. Het concurrentiebeding wordt vernietigd. Achterstallig loon en wettelijke verhogingen worden toegewezen, maar loondoorbetaling na 28 december 2015 wordt afgewezen omdat de werknemer niet is verschenen terwijl zij arbeidsgeschikt was verklaard.