Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Zaandam, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 3.038.208 de crisisheffing.
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres, onderdeel van het [X]-concern, betwistte de opgelegde crisisheffing (pseudo-eindheffing hoog loon) over de jaren 2013 en 2014. De heffing was gebaseerd op artikel 32bd Wet LB en betrof onder meer loonbestanddelen zoals bonussen, optierechten en aandelenrechten die vóór de betreffende jaren waren toegekend.
De rechtbank stelde vast dat eiseres geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die het eerdere oordeel van de Hoge Raad konden weerleggen dat de crisisheffing niet in strijd is met het EVRM of het IVBPR. Ook werd geoordeeld dat de door eiseres aangevoerde financiële situatie en bijzondere lasten in verband met afsplitsing en overname niet voldoende waren om van een individuele buitensporige last te spreken.
De rechtbank volgde het standpunt van verweerder dat de beoordeling van de financiële draagkracht op het niveau van de fiscale eenheid moet plaatsvinden, waaruit blijkt dat het concern gezond is en de heffing kan dragen zonder gevolgen voor bedrijfsvoering of continuïteit.
Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep van eiseres tegen de crisisheffing over 2013 en 2014 ongegrond.