Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 februari 2016 in de zaak tussen
Gasunie Transport Services B.V., te Groningen (gemachtigde: mr. M.A.B. Polman).
Rechtbank Noord-Nederland
Eisers zijn rechthebbenden van een perceel waarop Gasunie Transport Services B.V. (GTS) een afsluiterschema heeft aangelegd naast het kavelpad. Verweerder legde op grond van de Belemmeringenwet Privaatrecht (BP) een gedoogplicht op voor de instandhouding van dit afsluiterschema. Eisers voerden aan dat de gedoogplicht ten onrechte alleen voor de instandhouding geldt en niet voor de aanleg, en dat het afsluiterschema onrechtmatig is aangelegd.
De rechtbank oordeelt dat de beoordeling van de gedoogplicht zich beperkt tot de instandhouding van het afsluiterschema zoals het is aangelegd, en dat de vraag naar de rechtmatigheid van de aanleg een civielrechtelijke kwestie is. Verder is vastgesteld dat GTS een serieuze en redelijke poging heeft gedaan om langs minnelijke weg tot overeenstemming te komen, waaronder het doen van een schadevergoeding en het voeren van overleg.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat aan de vereisten van artikel 2, vijfde lid, van de BP is voldaan en dat het belang van de instandhouding van het afsluiterschema zwaarder weegt dan het belang van eisers. Ook acht de rechtbank het veiligheidsaspect voldoende gewaarborgd en ziet geen aanleiding voor aanvullende voorschriften. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedoogplicht voor de instandhouding van het afsluiterschema wordt ongegrond verklaard.