ECLI:NL:RBNNE:2016:778
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens weigering medewerking en gezamenlijke huishouding
De rechtbank Noord-Nederland behandelde het beroep tegen de intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering van eiseres. Verweerder had de uitkering ingetrokken per 7 november 2014 vanwege het weigeren van medewerking aan een onaangekondigd huisbezoek, en vanaf 1 juli 2010 wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met eiser.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht twijfelde aan de juistheid van de door eiseres verstrekte woon- en leefsituatiegegevens, en dat het huisbezoek noodzakelijk was. Omdat eiseres zonder zwaarwegende redenen weigerde medewerking te verlenen, was de intrekking per 7 november 2014 terecht.
Echter, de rechtbank vond de onderzoeksgegevens onvoldoende om te concluderen dat vanaf 1 juli 2010 sprake was van een gezamenlijke huishouding. De verklaringen waren anoniem en mogelijk gekleurd, en er was geen direct bewijs van hoofdverblijf op hetzelfde adres. Daarom vernietigde de rechtbank de besluiten die de intrekking en terugvordering vanaf die datum betroffen.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierechten aan eisers. Het beroep tegen de intrekking per 7 november 2014 werd ongegrond verklaard, de beroepen tegen de besluiten vanaf 1 juli 2010 gegrond.
Uitkomst: Intrekking bijstand per 7 november 2014 gehandhaafd, intrekking en terugvordering vanaf 1 juli 2010 vernietigd.