Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.Overwegingen
3.Beslissing
P.J. Duinkerken, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2017.
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoeker diende op 30 december 2016 een verzoek tot wraking in tegen de rechters die betrokken zijn bij de procedure met zaaknummer 5195026 CV EXPL 16-9648 bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen. Het verzoek richtte zich kennelijk op alle rechters van de rechtbank, zonder specifieke namen te noemen.
De rechtbank overwoog dat artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vereist dat het wrakingsverzoek gericht moet zijn tegen de rechters die daadwerkelijk bij de zaak betrokken zijn. Het ontbreken van namen en concrete feiten die wijzen op vooringenomenheid maakt het verzoek niet-ontvankelijk.
De rechtbank besloot daarom het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk te verklaren en de hoofdprocedure voort te zetten in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek. Een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek werd achterwege gelaten.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard en hoofdprocedure wordt voortgezet.