ECLI:NL:RBNNE:2017:2183
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- O.J. Bosker
- F.J. Agema
- J.Y.B. Jansen
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door illegale afvaltransporten
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 13 juni 2017 een vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een organisatie die betrokken was bij illegale transporten van afgewerkte olie naar Duitsland. De organisatie werd aangesproken als rechtsopvolger van een gefuseerde vennootschap en veroordeeld voor medeplegen van overtreding van milieuregels en valsheid in geschrift.
Het openbaar ministerie berekende het wederrechtelijk verkregen voordeel op transactiebasis, waarbij de opbrengsten van illegale transporten werden verminderd met de inkoopkosten en een deel van de bedrijfskosten die naar rato aan de illegale activiteiten konden worden toegerekend. De verdediging voerde onder meer aan dat de berekening onvoldoende was onderbouwd, dat de rapporteurs onvoldoende deskundig waren, en dat het voordeel niet was genoten omdat dezelfde prijs ook legaal kon worden verkregen.
De rechtbank oordeelde dat de organisatie terecht was aangesproken als rechtsopvolger en dat het wederrechtelijk verkregen voordeel aannemelijk was gemaakt op basis van wettige bewijsmiddelen, waaronder administratiegegevens en belastingaangiften. De rechtbank verwierp de stelling dat de ontnemingsrapportage moest worden uitgesloten en vond dat alleen de kosten die direct aan het delict konden worden toegerekend in mindering mochten worden gebracht. Uiteindelijk stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €374.781,25 en legde zij de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de staat op.
Uitkomst: De rechtbank legt de organisatie de verplichting op tot betaling van €374.781,25 aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.