ECLI:NL:RBNNE:2017:2470
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens drugshandel
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf om zijn woning voor drie maanden te sluiten wegens handel in softdrugs. De sluiting is gebaseerd op het aantreffen van 77 gram hennep in een bij de woning behorende berging en eerdere constatering van drugsgerelateerde goederen. Verzoeker betwist de aantijgingen en stelt dat de hoeveelheden gering zijn en dat hij niet op de hoogte was van de vondsten.
De voorzieningenrechter overweegt dat het college bevoegd is tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet en het gemeentelijk beleid, dat ook bij minder dan 30 gram kan afwijken van de standaardmaatregelen. De persoonlijke verwijtbaarheid van verzoeker is niet relevant voor de bevoegdheid tot sluiting. De belangenafweging weegt het algemeen belang bij handhaving van de wet en volksgezondheid zwaarder dan het individuele belang van verzoeker.
Gelet op de omstandigheden en het beleid acht de voorzieningenrechter de sluiting redelijk en proportioneel. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en het motiveringsgebrek in de waarschuwing wordt hersteld in de beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.